Kamado bij regen en wind: temperatuur stabiel houden
Barbecueën op een kamado bij regen en wind vraagt om iets meer aandacht dan op een zonnige dag. Met een slimme opstelling, rustige ventilatie-aanpassingen en droge houtskool blijft je temperatuur alsnog mooi stabiel. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je dat doet.
Belangrijkste punten
- Zet je kamado altijd stabiel neer, uit de directe wind en zó dat er geen regen in de luchtkanalen kan lopen.
- Stuur de temperatuur met kleine ventilatiestappen en wacht 10–15 minuten op effect, zeker bij regen en wind.
- Gebruik droge, kwalitatieve houtskool en vul het kolenmandje voor lange sessies minimaal 3/4 vol.
- Meet op drie niveaus: dome (lucht), pit-probe op roosterhoogte en een kernprobe in het vlees.
- Blijf veilig: houd afstand tot brandbare materialen en verplaats een hete kamado nooit.
Kamado bij regen en wind — snelle overzichtsgids
Vier pijlers: opstelling, ventilatie, brandstof en meten. Dit is je mentale checklist voordat je het deksel dichtdoet.
- Uit de directe wind, wél in de buitenlucht.
- Geen regen in bodem- en topvent.
- Vlakke, stabiele ondergrond.
- Kleine stapjes, niet “rammen” aan de schuiven.
- Na elke wijziging 10–15 min rust gunnen.
- Bij wind: bodemvent knijpen, topvent sturen.
- Houtskool droog en compact opgebouwd.
- Kolenmandje voor lange sessies min. 3/4 vol.
- Rookhout: 2–4 chunks in plaats van “handvol chips”.
- Dome + pit-probe + kernprobe (vlees).
- Kijk naar de trend, niet naar één piek.
- Probes zo min mogelijk verplaatsen.
Waarom regen en wind je kamado-temperatuur beïnvloeden
Regen en wind veranderen de manier waarop warmte en lucht zich door je kamado bewegen:
- Wind die direct in de bodemvent blaast, werkt als een blaasbalg: meer zuurstof, harder vuur en een temperatuur die snel kan oplopen.
- Dwarswind langs de kamado kan de trek verstoren en de temperatuur onrustig maken.
- Regen koelt het keramiek af en kan de temperatuur langzaam laten zakken, zeker bij lange low & slow sessies.
- Water in de luchtkanalen belemmert de luchtstroom en maakt temperatuurcontrole lastiger.
- De deksel openen bij harde wind geeft óf een zuurstofpiek (vuurtje schiet omhoog) óf een koufront naar binnen (temperatuur zakt weg).
Door je opstelling en ventilatie slim te kiezen, vlák je deze effecten af en krijg je weer een rustige, voorspelbare kamado.
Voorbereiding en opstelling van je kamado bij slecht weer
Hoe beter je kamado staat, hoe minder je hoeft te corrigeren tijdens het grillen.
- Zet je kamado op een vlakke, stevige ondergrond en zorg dat hij niet kan wiebelen.
- Draai de kamado zó dat de bodemvent van de wind áf staat, niet er recht in.
- Gebruik bij regen een afdak, parasol of lage afscherming om te voorkomen dat er water in de ventilatie-openingen loopt.
- Een lage, stabiele windbreker (tafel, muurtje, scherm op heuphoogte) dempt de wind, maar laat genoeg lucht rondom de kamado.
- Houd afstand tot brandbare materialen zoals houten schuttingen, planten, tuinkussens en overkappingen.
- Zorg voor voldoende werkruimte zodat je het deksel rustig kunt openen zonder te hoeven schuiven met de kamado.
Opstelling: snelle checklist
- Uit de directe wind, maar niet dicht tegen een muur “opgesloten”.
- Geen regen in bodem- en topvent.
- Stabiele ondergrond en genoeg ruimte rondom.
Schuifstanden 21" kamado — low & slow rond 110–130°C
Vuistregels voor een klassieke 21 inch kamado. Zie het als startpunt; elk merk reageert net iets anders.
Ventilatie bij wind: zo stuur je rustig
Ventilatie is je belangrijkste gereedschap om de temperatuur stabiel te houden. Hoe slechter het weer, hoe belangrijker het is om kleine stappen te zetten.
- Maak één wijziging tegelijk (bijvoorbeeld alleen de bodemvent) en wacht 10–15 minuten op effect.
- Stuur grofweg met de bodemvent (hoeveel lucht er in komt) en fijner met de topvent (hoe snel de lucht eruit kan).
- Bij wind: draai de kamado zo dat de bodemvent niet in de wind staat en knijp die eerder wat verder dan de topvent.
- Laat de deksel bij wind zo kort mogelijk open. Minder dan 30 seconden betekent meestal 5–10 minuten hersteltijd; langer open betekent 15–30 minuten voordat alles weer stabiel is.
- Raak niet in paniek bij korte pieken of dips. Kijk naar de trend over 10–20 minuten.
Snelle 30-seconden actie bij onrustige temperatuur
- Temperatuur loopt op: knijp eerst de bodemvent een klein stukje (millimeters, geen centimeters) en laat de topvent staan.
- Temperatuur zakt langzaam weg: open eerst de bodemvent een klein stukje en controleer of je houtskool nog goed gloed geeft.
- Wind draait: herpositioneer de kamado zodat de wind niet recht in de bodemvent blaast.
Brandstof en kolenopbouw voor stabiliteit bij regen
Een rustige, voorspelbare vuurbron maakt het verschil tussen “vechten” met je kamado en ontspannen koken.
- Gebruik droge houtskool van goede kwaliteit. Bewaar zakken op een droge plaats en bij voorkeur verhoogd (bijv. op een pallet), niet direct op beton.
- Voor low & slow op een 23–25 inch kamado is 2–2,5 kg houtskool vaak voldoende voor ±8 uur. Vul het kolenmandje minimaal 3/4 vol.
- Bouw de kolen compact en gelijkmatig op: zo min mogelijk grote gaten, wél voldoende lucht tussen de stukken.
- Een Minion-achtige opbouw werkt goed: koude kolen onder en rondom, een kleine kern volledig gloeiende kolen in het midden.
- Gebruik 2–4 vuistgrote chunks rookhout voor 2–8 uur roken, afhankelijk van hoe intens je het wilt. Reken grofweg op 5–15% rookhout ten opzichte van het gewicht van je houtskool.
Snelle check voordat je aansteekt
- Zijn de kolen echt droog? Zo niet: pak een nieuwe zak en laat natte kolen later rustig drogen.
- Is het kolenmandje minimaal 3/4 gevuld voor een lange sessie?
- Liggen rookhout-chunks klaar, zodat je niet hoeft te zoeken als de kamado al heet is?
Temperatuur meten: dome, pit en kernprobe
Met een kamado kun je lang doorstoken zonder veel brandstof. Juist daarom is goed meten belangrijk, zeker bij regen en wind.
- Dome-meter: geeft de luchttemperatuur hoger in de koepel weer. In de eerste 30–45 minuten kan die 25–40°C lager zijn dan op roosterhoogte.
- Pit-probe: meet de temperatuur op roosterhoogte, waar je gerechten liggen. Plaats de probe ±2,5 cm boven het rooster en minstens 5 cm van het vlees.
- Kernprobe (vlees): gaat in het dikste deel van het vlees, weg van bot en grote vetkernen. Dit bepaalt uiteindelijk of je gerecht gaar is.
- Na ongeveer een uur “heat soak” ligt het verschil tussen dome en rooster meestal binnen 5–15°C.
- Verplaats probes zo min mogelijk tijdens de sessie. Consistentie = betrouwbare data.
Op zoek naar een goede thermometer? Bekijk onze collectie BBQ thermometers.
Drie metingen voor een voorspelbare kamado
Dome voor de algemene trend, pit-probe op roosterhoogte en kernprobe voor echte gaarheid.
Snelle checklist en veelgemaakte fouten
Snelle checklist tijdens het grillen
- Kamado staat stabiel en uit de directe wind.
- Bodem- en topvent zijn vrij van water en vuil.
- Houtskool is droog, compact opgebouwd en kolenmandje is voldoende gevuld.
- Dome, pit-probe en kernprobe zijn aangesloten en werken.
- Na elke ventilatie-aanpassing wacht je 10–15 minuten voordat je opnieuw bijstuurt.
- Werkplek is vrij, handschoenen liggen klaar, kinderen en huisdieren blijven op afstand.
Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)
- Te grote ventilatiestappen: draai nooit van “bijna dicht” naar “half open” in één keer. Denk in millimeters of “één vinger/pink” per stap.
- Natte houtskool: zorgt voor veel rook, weinig hitte en onrustig vuur. Bewaar kolen droog en verhoogd.
- Te vaak deksel open: elke keer dat je kijkt, zakt de temperatuur en duurt herstel langer. “If you’re lookin’, you ain’t cookin’.”
- Geen reserve brandstof klaarleggen: bij slecht weer wil je niet halverwege nog zakken moeten openen.
- Probes steeds verplaatsen: dan vergelijk je appels met peren. Liever één goede plek en die houden.
Veiligheid bij regen en wind
- Draag altijd hittebestendige handschoenen, zeker bij windvlagen en spatgevaar door regen.
- Verplaats je kamado nooit als hij heet is. Laat hem eerst gecontroleerd doven en afkoelen.
- Houd bij voorkeur minimaal 3 meter afstand tot brandbare materialen zoals houten schuttingen, gevels, beplanting en tuinmeubels.
- Zet je kamado liever niet onder een houten overkapping. Doe je dat toch, zorg dan voor hittebestendige bescherming en goede ventilatie.
- Kinderen en huisdieren blijven op afstand zolang de kamado in gebruik is en nog warm is.
Handige tools van BBQ Wereld voor grillen in slecht weer
- Thermometers: draadloze of bedrade kernthermometers en pit-probes voor stabiele low & slow sessies. Bekijk alle BBQ thermometers.
- Houtskool & rookhout: grote-brokken houtskool en rookhout-chunks die lang en voorspelbaar branden. Zie BestCharcoal houtskool en de categorie rookhout op de site.
- Hittebestendige handschoenen & tools: stevige handschoenen, tangen en spatels zorgen dat je bij slecht weer veilig kunt werken.
- Kolenmand & accessoires: een RVS kolenmand helpt bij een gelijkmatige luchtverdeling en maakt het makkelijker om low & slow stabiel te houden.
FAQ: veelgestelde vragen over kamado bij regen en wind
Hoe houd ik mijn kamado stabiel bij regen?
Zorg dat de kamado uit de directe wind staat, dat er geen regen in bodem- en topvent loopt en dat je houtskool droog is. Vul het kolenmandje minimaal 3/4 vol, werk met kleine ventilatiestappen en wacht 10–15 minuten op effect. Kijk vooral naar de trend op je dome- of pit-probe, niet naar korte pieken.
Hoe ver open zet ik de schuiven bij wind?
Voor low & slow op een 21 inch kamado kun je als startpunt nemen: bodemvent 2–3 vingers open en topvent ¼–⅓ open. Bij matige wind draai je de kamado uit de wind en knijp je de bodemvent terug naar ongeveer pinkdikte, terwijl de topvent iets ruimer open blijft. Vanaf daar fijn bijstellen in kleine stapjes.
Welke kolenopbouw werkt het best in slecht weer?
Gebruik droge houtskool, vul het kolenmandje minimaal 3/4 vol en bouw compact op. Een Minion-achtige opstelling met een kleine kern gloeiende kolen en koude kolen eromheen geeft een rustige, langzame verbranding die minder gevoelig is voor wind en regen.
Waar plaats ik mijn kernprobe in het vlees?
Steek de kernprobe in het dikste deel van het vlees, weg van bot en grote vetkernen. Richt de punt op het midden van het stuk. Laat de probe tijdens de hele sessie op dezelfde plek zitten, zodat je metingen goed vergelijkbaar zijn.